| eindexamen EXPOSITIES | |||||||
|
Yvonne
Van Oirschot-
Van De Wiel |
|
||||||
![]() |
Op
Woensdag 24 April, in kunsthuis "Calliope" start tentoonstelling
in het kader van het afsluiten van de 3-jarige opleiding aan de academie.
|
![]() |
|||||
|
Dit korte
zinnetje dat ik lang geleden eens gelezen heb, heeft tijdens de 3 Calliope-jaren
vaak door mijn hoofd gespeeld. Het gaat, naar mijn beleven, op voor
meerdere niet alledaagse, vaak moeilijk bereikbare zaken die je in je
leven kunt ontmoeten. Je moet er voor open staan op het moment dat je
er door aangeraakt wordt. Denk ik. Pas nadat ik in mijn leven een vorm
van existentiële vrijheid had verworven ontstond er ruimte voor andere
processen naast het basale overleven. |
|||||||
| We bezoeken musea, galeries en kunstmarkten en kunnen af en toe iets moois kopen, want het is fijn om dagelijks naar mooie schilderijen te kunnen kijken. Mijn voorkeur ontwikkelde zich langzaam aan in de richting van de moderne kunst. Niet Birza, Rauschenberg, Lichtenstein, Pop Art. Maar wel de schilders van die Brücke, Blaue Reiter, de Ploeg, Cobra, Fauvisme, en Viera da Silva, Manessier, Giacometti, Bacon, Braque, eigenlijk alle im- en expressionisten. Als ik door een boek met stillevens van Morandi blader voel ik de wens "oh kon ik dat maar!". | ![]() |
||||||
| Corneille, een tegenstelling tot de introvertie van Morandi, vind ik wel grappig, maar zo gelikt; hij heeft zijn in de basis simpele beelden tot commerciële maniertjes laten verworden. Daarentegen denk ik bij Appel en de Kooning "waaw! Wat heerlijk!" daar springt de levenslust vanaf. Van Rembrandt word ik stil, van van Gogh blij. Onlangs bezocht ik de expositie van Dick Ket in Arnhem; heel erg mooi! Van sommige van zijn zelfportretten zakken de gezichten langzaamaan naar beneden, men hangt ze af en toe ondersteboven om het verfmengsel weer enigszins op de oorspronkelijke plaats te krijgen. | ![]() |
||||||
| Een aanschouwelijk voorbeeld van verkeerd gebruik van olie en verf, waar ook Appel zich, in zijn enthousiasme, aan bezondigde. Ik heb deze 3 jaar gemerkt dat ik een voorkeur heb voor groot, pasteus, kleurrijk en meestal vrolijk. Terwijl ik de verstildheid van Morandi en de strakke eenvoud van Helmantel prachtig vind om naar te kijken en ik hoop ooit een heel klein beetje techniek te leren om op mijn niveautje heel bescheiden stillevens te kunnen maken. Wat ik nu wil laten zien is mijn plezier in het schilderen. Niet gehinderd door te veel kennis van de materialen, ontdek ik iedere schildersessie wel weer wat nieuws. Hoe kleuren elkaar versterken, elkaar aanvullen of elkaar ontkrachten. Ook is er het avontuur van wat er toevallig gebeurt, en hoe je daar zo maar in verder kunt gaan, zonder dat je weet hoe, of wat, en of, er een eindresultaat zal zijn. Een van de directieven die Sjoerd en Elmar gaven, was dat er samenhang in de werkstukken moet zitten. In mijn hoofd had ik aan het begin van dit 3e jaar diverse grote lijnen uitgezet en bedacht hoe ik die ging verwerken. Ik dacht over de grote thema's: leven en dood; orde en chaos; natuurlijk of aangepast; het leven als maskerade etc. Dat leidde tot zo een chaos aan beelden en ideeën, maar vooral ook doeken waar ik niet tevreden over was, dat ik dacht: barst, waar gaat 't eigenlijk om, de gedachte (het wensbeeld) of de uitvoering (de verbeelding) ? | |||||||
| Tijdens
het bezig zijn met verf en kwasten bleef er van mijn oorspronkelijke ideeën
niet veel over. Ik vond het veel lekkerder om maar gewoon te spelen met
verf en kleur. Zoveel verschillende materialen, vormen, technieken en kleuren,
om daar mijn eigen weg in te vinden en vaardigheden in te ontwikkelen kost
zo al de rest van mijn leven! En ik merk dat ik dat wel prima vind, ik mag
schilderen = spelen met verf en kleuren. Voor mij is dat genoeg. Althans,
nu is dat genoeg. Misschien wil ik later meer, of anders. Sjoerd vertelde
soms over Jongkees, bij wie na enige tijd alleen het schilderen over bleef.
Dat leek me een bijzondere, en voor mij niet haalbare zijnstoestand. Maar,
ik merk steeds vaker, dat als ik lekker bezig ben met vorm en kleur en mooie
muziek op heb staan, dat er niets anders overblijft dan het spel van de
kleuren en de muziek. En dat besef ik dan pas als ik geroepen word of de
telefoon gaat. Dat is een vorm van vrijheid waar ik heel blij mee ben. Die
kon ik niet afdwingen, noch werd die me aangereikt. Maar ik voel wel, dat
dát geluk is. Lelystad, april 2002, Yvonne van Oirschot-van de Wiel |
![]() |
||||||
| eindexamen EXPOSITIES | |||||||
|
|
|||||||